Bitter is, samen met zoet, zout, zuur en umami, een van de vijf basissmaken. Toch heeft bitter in onze moderne voeding een slechte reputatie. Al op jonge leeftijd leren we zoet waarderen, terwijl bitter vaak wordt bestempeld als “niet lekker” of zelfs als iets dat we beter kunnen vermijden¹.
Dat is vanuit evolutionair perspectief goed te begrijpen. Bittere smaken dienden ooit als waarschuwingssignaal voor mogelijk giftige planten. Maar wat we daarbij vaak vergeten, is dat juist veel bittere planten ook rijk zijn aan waardevolle, bioactieve stoffen².
Steeds meer onderzoek laat zien dat deze stoffen een belangrijke rol kunnen spelen in onze gezondheid. Bitter is daarmee niet alleen een smaak die we zijn kwijtgeraakt, maar mogelijk ook een bron van voedingswaarde die in ons huidige eetpatroon ontbreekt.
Bittere groenten en planten bevatten van nature allerlei fytochemicaliën. Denk aan glucosinolaten, polyfenolen, flavonoïden en terpenoïden. Deze stoffen zorgen voor de bittere smaak, maar zijn ook verantwoordelijk voor veel van de effecten die bitter op het lichaam kan hebben³.
Onderzoek suggereert dat deze stoffen op verschillende manieren kunnen bijdragen aan onze gezondheid.
In een voedingswereld die vaak wordt gedomineerd door zoet en sterk bewerkt eten, kan bitter zorgen voor tegenwicht. Niet alleen qua smaak, maar ook voor het lichaam. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat bittere plantenstoffen een ondersteunende rol kunnen spelen bij spijsvertering, stofwisseling en het verminderen van ontstekingen.
Misschien is bitter geen smaak om te vermijden, maar juist een smaak om opnieuw te omarmen.